kwart van het kippenvlees in supermarkten bevat bacteriën

Amsterdam – Een kwart van het kippenvlees in supermarkten bevat bacteriën die zelfs ongevoelig zijn voor ‘het laatste redmiddel’.

Kip bevat veel meer resistente bacteriën dan tot nu toe gedacht. Bij een nieuwe testmethode viel het percentage supermarktkip met bacteriën die ongevoelig zijn voor het cruciale antibioticum colistine veel hoger uit dan in de oude testen. Resistente bacteriën zijn gevaarlijk voor patiënten met infecties. Elk jaar sterven 25.000 Europeanen omdat de bacteriën niet meer reageren op antibiotica.

Het onderzoek naar de resistente bacteriën werd geleid door arts-microbioloog Jan Kluytmans, die in het Amphia Ziekenhuis in Breda werkt. Het ziekenhuis heeft een onderzoeksgroep die sinds 2009 testen uitvoert op vlees ‘vanwege de relatie met ongevoeligheid voor antibiotica’. Met 214 stukken kip uit vier supermarkten was de omvang van de test beperkt, maar de uitslagen geven volgens Kluytmans te denken. Hij wil dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dit verder uitzoekt.

Colistine is een antibioticum dat artsen zien als een laatste redmiddel. Als niets meer helpt tegen een gevaarlijke infectie, kan alleen een colistinekanon de bacteriën nog verjagen. Wereldwijd worden bacteriën steeds ongevoeliger voor antibiotica, tot grote bezorgdheid van artsen als Kluytmans. Hij was dan ook onaangenaam verrast over de resultaten van zijn nieuwe onderzoeksmethode. Van de kippen met vrije uitloop was 14 procent besmet met bacteriën die niet reageren op het laatste redmiddel. Bij de reguliere kippen lag dat percentage op 30 procent.

Tot acuut gevaar leidt de resistente bacterie in Nederland nog niet. “Colistine wordt hier bijna niet voor mensen gebruikt”, zegt Kluytmans. “We hebben het nog niet nodig, omdat andere antibiotica nog voldoende werken. In landen waar de resistentie toeneemt, hebben ze vaak geen andere optie. In Griekenland en Italië bijvoorbeeld. Daar gaan nu de alarmbellen af.”

Het onderzoek is opgezet in 2015, maar de resultaten zijn pas deze maand gepubliceerd. Dat Kluytmans veel meer resistente genen in bacteriën vond, wil niet zeggen dat Nederlandse pluimveehouders massaal hun dieren preventief met antibiotica behandelen. “Nederland zit bij de lage gebruikers”, zegt Kluytmans. “Duitsland gebruikt veel colistine. Spanje en Italië gebruiken zelfs ongelofelijk veel.”

Waar de supermarktkippen met resistente bacteriën vandaan komen, is onbekend. “De labels zeggen niet waar de kippen zijn opgegroeid, geslacht of verpakt”, zegt Kluytmans. De NVWA kan er eventueel wel achter komen als zij een officieel onderzoek start naar de kippen. Dan is de verkoper verplicht te achterhalen waar de dieren zijn geweest.

Wel monitor, geen opsporing
De NVWA ‘monitort’ wel op resistentie, maar is niet gericht bezig om ongevoeligheid voor antibiotica op te sporen. Dat hoeft ook niet, want het gaat niet om een schadelijk levensmiddel. Althans, consumenten worden er niet ziek van. Het verschil met het onderzoek van Kluytmans is dat hij wel gericht heeft gezocht.

Welke supermarkten hij heeft onderzocht, wil Kluytmans niet zeggen. Daarvoor is het onderzoek te klein en het risico op toeval te groot. Wel duidelijk is dat in één supermarkt slechts 2 procent van de kip besmet was met een resistente bacterie, een ander kwam uit op 19 procent en in twee ketens lag het percentage besmet kippenvlees zelfs op 39 procent. “Dat is een opvallend groot verschil. Als de één goed zonder kan, waarom dan de ander niet? Dit verschil is niet zomaar te accepteren. Dat is een taak voor de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, die moet dit verder uitzoeken”, zegt Kluytmans.(Trouw)

Random Posts

Leave a Reply

Your email address will not be published.